Ga naar de inhoud

Het doel dit programma is het stimuleren van de kwaliteit en transparantie in de paramedische zorg. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de verbetering van de patiëntenzorg en de gezondheid van patiënten. Het programma loopt van 2019 tot 2027.

De ontwikkeling van de Richtlijn Paramedische Zorg voor Kwetsbare Ouderen wordt gefinancierd vanuit dit project.

Waarom een richtlijn kwetsbare ouderen?

De komende dertig jaar zijn er naar verwachting twee tot drie keer zo veel tachtigplussers. Deze sterke vergrijzing zal zich onder meer uiten in een toename van het aantal kwetsbare ouderen.

Kwetsbare ouderen hebben een complexe zorgvraag op verschillende gebieden. Doordat het zorglandschap op dit moment nog erg gefragmenteerd is, is de gewenste integrale behandeling moeilijk. Het doel is dat de richtlijn hier positief aan gaat bijdragen.

Wat heb ik als huidtherapeut aan de richtlijn?

De richtlijn beantwoordt de vragen die als knelpunt in de praktijk naar voren komen. Dat maakt het document heel praktisch en toegespitst op jouw werkzaamheden als huidtherapeut. Je kunt de richtlijn gebruiken als handleiding in de dagelijks praktijk. En pak hem erbij als er vragen zijn rondom de zorg van kwetsbare ouderen.

Door de betrokkenheid van de NVH bij de ontwikkeling van de richtlijn zorgt deze naast praktische handvatten ook voor meer zichtbaarheid van kennis en kunde van de huidtherapeut. Verder ondersteunt de richtlijn de bevordering van interdisciplinaire zorg.

Wie ontwikkelt de richtlijn?

De ontwikkeling van de richtlijn is een samenwerking tussen 6 paramedische beroepsgroepen: huidtherapie (NVH) oefentherapie (VvOCM) ergotherapie (EN), logopedie (NVLF), Diëtetiek (NVD) en fysiotherapie (KNGF).

Per beroepsgroep zijn er één of twee afgevaardigde richtlijnadviseurs. Vanuit de NVH zijn dit Femke de Vries en Myrthe van Zon.

Vooraf hebben de verschillende beroepsverenigingen aangegeven welke onderwerpen, met betrekking tot de doelgroep, belangrijk zijn. Er komt een generiek deel van de richtlijn en beroepsspecifieke delen.

De participatie van huidtherapie binnen de richtlijnontwikkeling zorgt voor vergroting van zichtbaarheid van kennis en kunde van de huidtherapeut. Tevens ondersteunt de richtlijn de afstemming tussen zorgverleners om interdisciplinaire zorg te bevorderen.

Voor wie is de richtlijn?

De richtlijn is primair bedoeld voor de 6 betreffende paramedische beroepsgroepen. De richtlijn behandelt knelpunten uit de praktijk waardoor het een praktische richtlijn wordt met handvatten voor de zorg aan de cliënt. De aanbevelingen uit de richtlijn kunnen direct in de praktijk worden toegepast.

Secundair is de richtlijn voor (mantelzorgers van) kwetsbare ouderen, andere betrokken zorgprofessionals zoals huisartsen, specialisten ouderengeneeskunde, klinisch geriaters, verpleegkundigen en verzorgenden en beleidsmakers.

Hoe verloopt het proces van de ontwikkeling?

Tijdens de ontwikkeling de richtlijn worden vier fasen doorlopen:

1. De voorbereidingsfase (4 maanden)
Per onderwerp van de richtlijn wordt een werk- en klankbordgroep samengesteld. Deze groepen worden samengesteld met zorgverleners en patiënten of patiëntvertegenwoordigers. In het werkveld van komen regelmatig knelpunten voor die efficiënte, kwalitatieve en doelgerichte zorg kunnen belemmeren. Samen met betrokken partijen worden de knelpunten vastgesteld. Op basis daarvan worden vragen geformuleerd welke in de richtlijn beantwoord moeten worden.

De uitgangsvragen die voor huidtherapie worden beantwoord zijn:

  • Hoe kan de huidtherapeut signaleren ter voorkoming van het ontstaan van skin tears bij kwetsbare ouderen?
  • Hoe kan de huidtherapeut zelfmanagement stimuleren/vergroten bij kwetsbare ouderen die een indicatie hebben voor decongestieve therapie?
  • Hoe behandel je kwetsbare ouderen met lymfoedeem (oftewel chronisch oedeem) en complicerende factoren?

2. De ontwikkelfase (4-16 maanden)
In deze fase wordt door de richtlijnadviseurs en de informatiespecialist een literatuurstudie uitgevoerd. Ze zoeken uit of de vragen, die in de vorige fase gesteld zijn, met bestaande wetenschappelijke literatuur beantwoord kunnen worden. Is er naar een onderwerp niet veel onderzoek gedaan dan worden de vragen beantwoord door middel van ‘consensus’ tussen de betrokken experts uit de praktijk. Dit betekent dat zij samen op basis van hun ervaring en expertise tot een antwoord of aanbeveling komen.

3. De commentaarfase (3 maanden)
Zodra het concept van de richtlijn klaar is wordt deze naar de NVH leden en alle andere betrokken partijen gestuurd. Zij krijgen dan de kans om commentaar te geven. Het commentaar wordt verzameld en indien nodig zullen er aanpassingen worden gedaan. Daarnaast is de commentaarfase ook een belangrijke stap voor het zorgen voor draagvlak voor de richtlijnmodules bij de relevante partijen. Dat maakt het ook belangrijk om na het verwerken van het commentaar de betreffende partijen bij het autorisatieverzoek een terugkoppeling te geven over de verwerking en ze zo mee te nemen in de totstandkoming van de definitieve richtlijnmodule. Het vergroten van het draagvlak helpt uiteindelijk om de richtlijn te kunnen implementeren.

4. De autorisatiefase (3 maanden)
Wanneer de richtlijnmodules definitief zijn, worden deze aan de direct betrokken partijen voorgelegd om te autoriseren (goedkeuren).