De huidtypen V en VI vertonen fundamentele verschillen in melanocytenactiviteit vergeleken met lichtere huidtypen, zegt Francis. “Bij deze donkere huidtypen is veel meer sprake van hyperpigmentatie. Al vanaf huidtype III is sprake van een heel kleine receptor op de melanocyten, Opsin-3, waardoor de huid van deze mensen met donkere huidtypen op zichtbaar blauw daglicht reageren. Activatie hiermee zorgt voor vorming van pigment. Daarbij kunnen donkere vlekken langer zichtbaar blijven. Daarom is bij deze huidtypen alleen blokkering van UV-straling met zonnebrandproducten niet voldoende. Ze moeten de huid ook beschermen tegen dat zichtbare licht en daarvoor is ijzeroxide het meest werkzame ingrediënt”
Dit kenmerk heeft gevolgen voor de behandelstrategie voor pigmentproblemen bij mensen met een donkere huid. “Het is zaak de huid daarbij niet te agressief te prikkelen”, zegt Francis. “Stimulatie door agressief prikkelen kan pigmentvlekken veroorzaken. Dan ligt post-inflammatoire hyperpigmentatie op de loer. Een belangrijk punt van aandacht en helaas onderbelicht. De meeste onderzoeken naar behandelingen voor de huid vinden immers plaats op mensen met een lichte huid. Het is zaak de uitkomsten daarvan niet te ‘copy-pasten’ in de behandeling van mensen met een donker huidtype.”
Aandachtspunten
Zorgvuldigheid bij de behandeling van pigmentproblemen bij de donkere huid is dus essentieel, waarschuwt Francis. “Microneedling is mogelijk, maar met laserbehandeling moet echt worden opgepast. Een verkeerde instelling leidt tot definitieve aantasting van het pigment. Permanente hypopigmentatie is dan het gevolg. Een Pico laser is een betere optie dan microneedling. Ook belangrijk om op te letten is dat de hersteltijd tussen de behandelingen niet te kort moet zijn.”
Francis heeft hierbij een goede tip voor huidtherapeuten: “Pas de behandeling bij twijfel eerst toe op een niet zichtbare proefplek, achter het oor of de zijkant van het gezicht bijvoorbeeld. Ik vraag me af of dit voldoende gebeurt.” Hiernaast waarschuwt hij voor de gevolgen van sociale media. ‘Daar wordt bijvoorbeeld verteld over peeling. Dan kan iemand in de praktijk zeggen: dat wil ik ook. En als de behandelaar dan stelt dat de behandeling goed op het huidtype moet worden afgestemd, kan een moeilijke welles-nietes-discussie ontstaan. Om te voorkomen dat mensen alleen afgaan op wat de industrie zegt, is een goed advies over welke producten wel en niet veilig toepasbaar zijn essentieel. Als door gebruik van verkeerde producten of te lang doorsmeren met hydrochinon bijvoorbeeld externe ochronose optreedt, is daar echt niets meer tegen te doen.”
Vooronderzoek en nazorg
Bij pigmentverwijdering voor de huidtypen V en VI is nazorg een belangrijk aspect. ‘De nadruk hierbij ligt op zonbescherming om recidief van hyperpigmentatie te voorkomen”, zegt Francis. “Niet alleen zonnebrandcrème dus maar ook bescherming tegen zichtbaar blauw daglicht. Ook is het belangrijk om de oorzaak van hyperpigmentatie te achterhalen. Is het acne of eczeem of speelt er iets anders?”
Komt de cliënt bij de dermatoloog voor een pigmentverwijderingsbehandeling na eerder in een salon of kliniek te zijn behandeld, dan is vooronderzoek essentieel. “De eerste stappen zijn bepalen wat de oorzaak van pigmentvorming is en wat eerdere – eigen en/of professionele – behandelingen zijn”, zegt Francis. “Door de eerdere behandelingen kan de barrière van de huid beschadigd zijn. Dan gaat het al richting dermatologische huidschade. Denk als voorbeeld aan de situatie waarin al geen sprake meer is van pure melasma maar van vasculaire melasma, omdat al zoveel en frequent is gedaan dat het basaalmembraan kapot is. De behandeling duurt dan langer en de aanpak is anders. Ook is het dan belangrijk om aan verwachtingsmanagement te doen door te waarschuwen dat het hooguit mogelijk is de hyperpigmentatie een paar tinten lichter te maken, maar dat het nooit meer zal worden zoals het voorheen was.”