Ga naar de inhoud

Vijfentwintig jaar, dat is lang. In die tijd heb je veel meegemaakt denk ik?

“Dat klopt, ik heb heel wat grote mijlpalen meegemaakt. Denk aan de erkenning van de vierjarige hbo-opleiding. En in 2003 de opname in de Wet BIG als artikel 34 beroep. De opleiding in Den Haag in 2008, de directe toegankelijkheid in 2011, 2015 het rapport Spot On, De Visie op de Huidzorg naar 2020 en (in 2019) de start van de deeltijdopleiding. En ik heb aan verschillende audits meegedaan en meegemaakt. Dat waren altijd heel mooie momenten, want daar zette je op een rijtje wat je allemaal bereikt had. De laatste die ik meegemaakt heb, maar waar ik niet meer actief in ben geweest, was die van 2025. Die maakte mij super trots!”

Daarnaast heb je ook het vak zien ontwikkelen.

“Jazeker, in het begin moest je steeds uitleggen wat huidtherapie is en wat het vak inhoudt. Maar ook als je kijkt naar de inhoud van het vak is er veel veranderd. Dat zie je ook in de beroepsprofielen terug. Eerst was het heel interventiegericht, veelal gericht op zorgvragen. Maar in het huidige beroepsproefiel zie je met de beschrijving van de canMEDS-rollen alle aspecten van een huidtherapeut terug. En met de NVH-Zorgmodules, eigen richtlijnen die iedereen kan raadplegen, is het vak echt volwassen geworden vind ik.”

Toen was daar ineens het moment van pensioen.

“Ja, op de HU is het beleid: met zevenenzestig is het klaar. Dan ga je met pensioen, daar valt niet over te praten. Ik heb het overigens wel geprobeerd hoor!”

En nu? Achter de geraniums dan maar?

“Haha nee, ik ben met van alles bezig. Aan de ene kant heb ik mijn promotietraject dat ik nog aan het afronden ben en aan de andere kant doe ik leuke dingen als schilderen en viool spelen. Maar die leuke dingen heb ik tussendoor ook wel gedaan. Ik heb altijd goed opgelet: heel hard werken aan de ene kant, maar ook ontspanningsmomenten aan de andere kant.”

Jouw promotietraject, hoe is dat tot stand gekomen?

“Dat traject is een beetje voortgekomen uit de post-hbo huidtherapie na brandwonden. Daar kwamen we op een gegeven moment Virtual Reality (VR) bij pijn tegen. Bij de beoordelingscommissie, waar destijds mijn huidige promotor Monique Lorist ook in zat, zeiden we tegen elkaar: VR is een mooie ontwikkeling. Een tijdje later kreeg ik een uitnodiging om eens te komen praten over ‘een promotietraject over VR bij jeuk’. Promoveren wilde ik al een tijd en het leek me ontzettend leuk om iets moois bij te dragen voor mensen met jeuk. Ik kan me nog een klein jongetje van vier herinneren in de polikliniek op de HU. Zijn hele lichaam zat onder het eczeem en hij was enorm aan het krabben. En ik dacht, daaraan kunnen bijdragen, dat lijkt me geweldig.”

Even terug naar meer dan een kwart eeuw lesgeven, wat was het allerleukste?

“Ja… dat is het samenwerken met de studenten en van elkaar leren. Dat is echt zo echt zo ontzettend leuk om te doen. De vragen die gesteld worden, die getuigden soms van zoveel creativiteit. En dan samen met ze meedenken. Wow!”’

Op 15 december 2025 was dan het moment van jouw afscheidssymposium. De titel daarvan was: Kansen voor de toekomst van huidzorg. Welke kansen zie jij voor de huidzorg?

“Ik zie heel veel kansen. Vooral doorontwikkelen op wat we nu doen. Kijk bijvoorbeeld naar de samenwerking met huisartsen in de eerste lijn of de begeleiding bij eczeem, psoriasis en ichtyosis door de huidtherapeut. Dat dat zijn ontwikkelingen waar ik al lang geleden over ben gaan dromen. Zelfmanagement is zo belangrijk. Dat is bij eczeem bijvoorbeeld ook aangetoond. Hulpeloosheid, oftewel ‘niet weten wat te doen’, verergert de jeuk. Dus als je mensen in hun kracht zet, uitleg kunt geven over de huidaandoening en zelfmanagement stimuleert dan is dat winst. Je kunt eigenlijk zeggen dat mijn droom voor de huidzorg grotendeels al is uitgekomen.”

Advertentie
Laden...