Tien jaar geleden stapte ik binnen bij de Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten, met vijf USB-sticks, kasten vol papieren archiefmateriaal en een verenigingsbestuur dat met bewonderenswaardige toewijding heel veel zelf deed. Er was nog geen NVH-bureau, geen uitgekristalliseerde beleidsstructuur en de beroepsgroep stond voor de uitdaging om haar positie als paramedisch vakgebied steviger op de kaart te zetten. Wat er wél was: een enorme drive en de wil om samen te bouwen.
Nu, tien jaar later, kijk ik met trots terug op wat we hebben neergezet. We hebben niet alleen processen opgebouwd, maar vooral een fundament gelegd voor de toekomst van het vak en de huidtherapeut. Dat fundament staat stevig en maakt dat de beroepsgroep klaar is voor verdere groei en erkenning.
Van USB-sticks naar een professioneel bureau
En daar stond ik dan met vijf USB-sticks en een papieren archief. De eerste periode stond in het teken van ordenen, structureren en simpelweg beginnen. De vereniging was volop in beweging, maar miste de ondersteunende infrastructuur die nodig was om professioneel te kunnen opereren. Stap voor stap hebben we de contouren van een NVH-bureau neergezet.
Waar we begonnen met losse documenten en ad-hoc-structuren, groeide al snel een professioneel functionerend bureau dat zowel leden, bestuur als externe partners goed kon bedienen. Dat klinkt misschien technisch, maar het vormde de basis voor alles wat daarna kwam. Zonder structuur geen strategie en zonder strategie geen stevige positie.
Een beroepsprofiel dat de beroepsgroep versterkt
Een belangrijk onderdeel in deze periode was de herziening van het beroepsprofiel. Dit vormde het vertrekpunt voor al het inhoudelijke werk dat volgde. Wie wil werken aan kwaliteit, erkenning en positionering, moet eerst vastleggen wie de huidtherapeut is, wat het vak omvat en waar de grenzen liggen. Het document werd de basis voor de verdere ontwikkeling van het kwaliteitsbeleid, een stevige ambitie- en beleidscyclus, het gesprek met externe partners en de positionering van de huidtherapeut als paramedicus van de huid, ongeacht de reguliere of cosmetische werksetting. Eén professionele attitude die het uitgangspunt vormde om verder op te bouwen.
Vanuit dit beroepsprofiel hebben we de afgelopen jaren grote stappen gezet op het gebied van kwaliteit. Dat omvat de ontwikkeling van NVH-Zorgmodules, bijdragen aan richtlijnontwikkeling buiten de NVH, aandacht voor kwaliteitsregistratie en visitatie, bij- en nascholing en de structurele verankering van kwaliteit in de beroepsuitoefening. Deze ontwikkeling is niet alleen belangrijk voor leden, maar vormt ook een stevig instrument voor onderhandelingen en positionering. Het maakt duidelijk dat de huidtherapeut evidence-based practice werkt, kwalitatief hoogwaardige zorg biedt en een onmisbare rol speelt in de keten van huidzorg.
De pittige momenten horen erbij
Een terugblik zou niet compleet zijn zonder corona te noemen. De pandemie zette de hele zorgwereld volledig op zijn kop. Dat gold ook voor onze leden. Plots moesten we schakelen, informeren, continu inspelen op veranderende maatregelen en opkomen voor de belangen van de beroepsgroep in een nieuwe en onzekere werkelijkheid. Die periode was intens, maar liet ook zien hoe sterk onze vereniging is, hoe veerkrachtig de beroepsgroep is en hoe belangrijk het is om stevig georganiseerd te zijn en deel uit te maken van een brede samenwerking zoals binnen het Paramedisch Platform Nederland.
In hoog tempo moest er worden overlegd met de rijksoverheid en zorgverzekeraars over voortgang van de zorgverlening, bekostiging en bevoorschotting. We hebben documenten ontwikkeld waarmee zorgverlening snel en verantwoord kon worden hervat. Het waren daarnaast politiek weerbarstige jaren. Veel besluitvorming werd doorgeschoven, bijvoorbeeld over bekostiging van zorg en de structurele veranderingen daarin die nodig zijn voor taakherschikking. Ook de borging van veiligheid en kwaliteit in de Wet BIG stond onder druk. Terwijl landelijk afspraken worden gemaakt, zoals via het Kwaliteitskader Cosmetische Zorg, blijft wet- en regelgeving achter. Het is natuurlijk nodig om stelsels kritisch te blijven bekijken en toekomstbestendig te maken, maar de consument mag daar niet de dupe van worden door schade op te lopen. Met de voorgenomen herziening van de Wet BIG komt er hopelijk ruimte om dat te verbeteren.
Daarnaast heb ik ervaren dat je vanuit de praktijk ver af staat van wat er landelijk speelt. Dat is logisch, want in de praktijk ligt de focus op behandelen en op alles wat nodig is om een praktijk goed te laten draaien. Veel van wat een beroepsvereniging doet aan belangenbehartiging en lobby is niet altijd zichtbaar of direct te vertalen naar de dagelijkse realiteit. Dat maakt het een uitdaging om leden betrokken en tevreden te houden. Waar we de afgelopen jaren hebben gewerkt aan een stevige ambitie, ligt voor de komende periode de uitdaging om alles wat is ontwikkeld, te vertalen naar de praktijkvoering en in communicatie goed aan te sluiten bij nieuwe generaties huidtherapeuten.
Een nieuwe stap, maar geen vaarwel
Wat ik de afgelopen tien jaar het meest heb gevoeld, is de enorme betrokkenheid bij de beroepsgroep en het vak. Het werk was soms uitdagend, vaak intensief, maar altijd betekenisvol. Samen met bestuur, bureau en leden hebben we gebouwd aan een NVH die staat, een beroepsgroep die trots mag zijn en een vak dat volop in ontwikkeling is.
Ik heb veel geleerd, zowel inhoudelijk en bestuurlijk als professioneel en persoonlijk. Ik ben dankbaar dat ik zo lang een rol heb mogen spelen binnen dit mooie vakgebied. Binnenkort zet ik een nieuwe stap, letterlijk, het ziekenhuis in, waar ik aan de slag ga als centrumhoofd Revalidatie en Paramedische Diensten. Dat is een prachtige uitdaging waarin ik de kennis, ervaring en overtuiging die ik bij de NVH heb opgebouwd opnieuw kan inzetten.
Het voelt als een logische vervolgstap en niet als een vertrek. Dit is daarom geen vaarwel, maar een tot ziens. In dankbaarheid, met trots en met vertrouwen in de toekomst van de NVH en van de huidtherapeut.