Nooit zelf behandelen
Huidtherapeuten kunnen volgens Juliëtte een belangrijke rol spelen in het leven van deze patiënten. “Maar ga nooit zelf een keloïd behandelen”, stelt ze. “Het is een goedaardige tumor. Het kan echter verward worden met een kwaadaardig gezwel, dermatofibrosarcoma protuberans. Daar wil je echt niet aan zitten.”
Waar huidtherapeuten wél een bijdrage kunnen leveren, is in de herkenning van een keloïd, dat meestal ontstaat bij mensen tussen de tien en dertig jaar, na een huidbeschadiging of ontsteking. Juliëtte: “Je kunt bijvoorbeeld letten op de aanwezigheid van een piercing, ingegroeide haren, acne of atheroomcysten, een herpesinfectie, brandwonden of een chirurgische wond.” Keloïden komen vooral voor op de oren, kaak, borst, rug, schouders, buik en bij vrouwen soms op de schaamheuvel, legt ze uit. En, om misvattingen te voorkomen: ook mensen met een lichter huidtype kunnen er last van hebben. “Dat probleem mogen we niet onderschatten.”
Een keloïd kan lijken op een atheroomcyste en kan daar ook uit ontstaan. Juliëtte: “Het verschil is dat atheroomcysten meestal een zwarte opening hebben en keloïden niet. Die laatste hebben dan weer vaak een rood-paarse rand. Verder voelen atheroomcysten meer onderhuids en fluctuerend, terwijl keloïden harder voelen en de huid naar buiten toe laten opbollen.” Bij twijfel of wanneer er sprake is van een flinke ontsteking, adviseert Juliëtte opnieuw om er niet aan te zitten. “Je kunt dan een foto maken en de grootte van de zwelling bepalen. Bij een volgend consult, bijvoorbeeld zes weken later, kun je deze stappen herhalen. Een keloïd wordt nooit vanzelf kleiner. Als de zwelling groter is geworden of meer kenmerken van een keloïd heeft, kun je de patiënt het beste doorverwijzen naar de huisarts.”
Geen quick fix
Vaak starten huisartsen de behandeling van een keloïd, of ze verwijzen door naar een dermatoloog of plastisch chirurg. Een deel van deze patiënten komt terecht op de plek waar Juliëtte als PA werkt: de afdeling Plastische Chirurgie van het Amsterdam UMC, een gespecialiseerd behandelcentrum. Bij de meeste patiënten begint ze met corticosteroïde-injecties, vertelt ze. “Als dat niet werkt of als de keloïd te groot is, pas ik cryotherapie toe, vaak in combinatie met corticosteroïde-injecties.” Ze kan ook andere behandelopties inzetten: chemo-injecties of laserbehandeling. Nog een mogelijkheid is wegsnijden, waarna patiënten doorgaan voor bestraling die wordt uitgevoerd door een radiotherapeut. Vaak worden behandelingen gecombineerd. Verder is compressietherapie meestal te pijnlijk en kunnen siliconenpleisters de klachten van een keloïd wat verlichten, maar het gezwel niet verkleinen. Kortom: er zijn verschillende behandelopties, maar een quick fix bestaat niet.
Preventie en huidverzorging
Naast de herkenning kunnen huidtherapeuten een rol spelen in preventie van nieuwe keloïden bij mensen die al een keloïd hebben of die gevoelig zijn voor de vorming ervan. Voorzichtigheid is geboden bij behandelingen die de huid beschadigen, zoals laserbehandelingen en het inprikken van gesloten comedonen. Juliëtte: “Mijn advies is: doe zo’n behandeling alleen wanneer een bestaand keloïd effectief is behandeld, het liefst in afstemming met de behandelaar. En begin op een klein testplekje.” Laserontharing kan nuttig zijn, aangezien ingegroeide haren keloïdvorming kunnen triggeren. Gebruik van een ablatieve laser is een absolute contra-indicatie. Verder is het belangrijk om alert te zijn bij het weglaseren van een tatoeage. “Daar kan een keloïd uit ontstaan”, vertelt Juliëtte. “Een waarschuwingssignaal is wanneer je een reliëf ziet op de plek van de inkt. Dan kun je beter niet laseren.” Wat betreft het inprikken van acneontstekingen adviseert Juliëtte om dit alleen te doen bij oppervlakkige puistjes die niet hard zijn.
Huidtherapeuten kunnen ook huidverzorgingsadviezen geven. Juliëtte: “Klachten kunnen verergeren door een droge huid. Ik adviseer daarom een hydraterende en eventueel mild keratolytische basiszalf. Een product met ureum kan ook, maar sterke zuren niet.” Andere nuttige adviezen gaan over de omgang met warmte en zon. “Warmte verergert de jeuk en zon kan de huid verder beschadigen. In de zomer is mijn advies daarom: zoek verkoeling, ga niet in de volle zon zitten en smeer je goed in met zonnebrandcrème.”