Ga naar de inhoud

De informatie uit gestandaardiseerd meten ondersteunt een doelgerichte evaluatie van de behandeling en biedt aanknopingspunten om samen met de patiënt behandeldoelen te bepalen en keuzes te maken. Door fysieke parameters – vanuit het perspectief van de behandelaar- en de ervaren ziektelast van de patiënt systematisch in kaart te brengen, sluit de behandeling optimaal aan op de patiënt en wordt het effect objectief zichtbaar.

Hoewel het belang van gestandaardiseerd meten breed wordt erkend, is de toepassing hiervan binnen de lymfoedeemzorg nog volop in ontwikkeling. Huidtherapeuten gebruiken in de dagelijkse praktijk verschillende meetmethoden en meetmomenten, maar er ontbreekt voor verschillende lichaamslocaties nog een uniforme aanpak. Dit maakt het lastiger om behandelresultaten op een consistente manier te volgen en te vergelijken. Het is nog niet bij iedereen duidelijk welke meetinstrumenten kunnen worden ingezet en hoe gestandaardiseerd meten kan bijdragen aan doelgerichte behandeling en evaluatie.

Waarom is meten zo belangrijk?

Objectieve en gestandaardiseerde metingen geven inzicht in de ernst van het oedeem, maken het mogelijk om veranderingen in de tijd te volgen en ondersteunen de evaluatie van de behandeling. Gestandaardiseerd meten draagt ook bij aan een uniforme werkwijze of vast protocol binnen een team van huidtherapeuten (interbeoordelaars). Wanneer meerdere behandelaars betrokken zijn, zorgen objectieve metingen voor een consistente beoordeling van de behandelresultaten en continuïteit van zorg.

Minder behandelvariatie, meer inzicht

Wanneer uitkomstmetingen landelijk op een gestandaardiseerde manier worden uitgevoerd, kunnen we behandelresultaten uiteindelijk verzamelen in een landelijke database. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om behandeluitkomsten tussen verschillende patiëntgroepen en behandelstrategieën te vergelijken. Deze gegevens leveren waardevolle praktijkinformatie op voor wetenschappelijk onderzoek, kwaliteitsverbetering en de onderbouwing van de effectiviteit van huidtherapeutische zorg richting zorgverzekeraars. Bovendien biedt het inzicht in welke behandelingen het meest effectief zijn, zodat de zorg voor patiënten met lymfoedeem verder kan worden geoptimaliseerd.

Effectieve en patiëntgerichte behandeling

Door vanaf de start van de behandeling gestandaardiseerd te meten, kan de behandeling beter worden afgestemd op de behoeften van de patiënt. Dit past bij de NVH-richtlijn Dossiervoering1, die het belang van een systematische vastlegging van patiëntgegevens, behandeldoelen en evaluaties benadrukt.
De International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) is een hulpmiddel hierbij; het zorgt ervoor dat alle voor de patiënt belangrijke domeinen in kaart worden gebracht. Op basis daarvan kunnen huidtherapeuten samen met de patiënt concrete behandeldoelen opstellen en de voortgang objectief evalueren.

Betrouwbaarheid en validiteit

Bij de keuze van een meetinstrument zijn betrouwbaarheid en validiteit essentiële kwaliteitscriteria. Betrouwbaarheid geeft aan in hoeverre een meting consistent en reproduceerbaar is. Dit betekent dat herhaalde metingen onder dezelfde omstandigheden vergelijkbare resultaten opleveren. Validiteit beschrijft of een meetinstrument daadwerkelijk meet wat het beoogt te meten. Bij lymfoedeem betekent dit dat het instrument veranderingen in vochtophoping moet vastleggen en niet wordt beïnvloed door bijvoorbeeld een toename van spier- of vetmassa.

De keuze voor een meetinstrument hangt daarnaast samen met het lichaamsgebied, het doel van de meting en de fase van de behandeling. Het is daarom belangrijk om binnen een praktijk of behandelteam vooraf afspraken te maken over welk instrument in welke situatie wordt gebruikt, hoe de meting wordt uitgevoerd, op welke momenten deze wordt herhaald en hoe de resultaten in het EPD worden vastgelegd. Zo wordt voorkomen dat verschillen in meetmethode of omstandigheden worden geïnterpreteerd als veranderingen in het oedeem.

Omvang- en volumemeting met een meetlint

De omvangmeting met een meetlint is een praktische en veelgebruikte methode voor het meten van oedeem in de ledematen.

Voor de arm is het advies om de omvang iedere 4 cm te meten, vanaf de pols tot aan de oksel3. Voor het been wordt een meetinterval van 8 cm aanbevolen, vanaf de enkel tot in de lies4. Wanneer je alleen het onderbeen meet, is het belangrijk steeds hetzelfde meettraject (bijvoorbeeld vanaf de enkel tot net onder de knie), dezelfde meetpunten en hetzelfde meetinterval aan te houden. Hoewel deze methode eenvoudig uit te voeren is, kan het resultaat tussen beoordelaars verschillen.5 Omdat dezelfde behandelaar niet altijd beschikbaar is, zijn een vast meetprotocol en goede onderlinge afstemming belangrijk om verschillen te beperken.

Het meten van meerdere omtrekken kan tijdrovend zijn in de praktijk, vooral wanneer deze metingen vervolgens met de afgeknotte kegelformule (Kuhnke) worden omgerekend naar een volume. Dit maakt de methode minder praktisch wanneer regelmatig of bij meerdere patiënten metingen moeten worden uitgevoerd.

Patiëntgerapporteerde uitkomstmaten

Naast objectieve metingen worden patiëntgerapporteerde uitkomstmaten (PROMs) steeds belangrijker binnen de zorg voor chronische aandoeningen. Een PROM is een gestandaardiseerde vragenlijst waarmee de patiënt zelf rapporteert over zijn of haar gezondheid, functioneren en kwaliteit van leven.

Door PROMs te combineren met objectieve oedeemmetingen ontstaat een completer beeld van de effecten van de behandeling. De objectieve meting geeft informatie over veranderingen in bijvoorbeeld omvang of vochtgehalte, terwijl een PROM inzicht geeft in de ervaren ziektelast en het functioneren van de patiënt. De uitkomsten kunnen elkaar aanvullen, maar hoeven niet altijd dezelfde ontwikkeling te laten zien. Een patiënt kan bijvoorbeeld een beperkte verandering in omvang hebben, maar wel duidelijk minder pijn, een lichter gevoel in het been of meer mogelijkheden ervaren om dagelijkse activiteiten uit te voeren. Hieronder worden enkele wetenschappelijk gevalideerde PROMs in het Nederlands beschreven.

De Lymph-ICF is een meetinstrument dat de kwaliteit van leven van patiënten met arm- en beenlymfoedeem in kaart kan brengen. De BreQ-16 (Breast Cancer-related Lymphedema Questionnaire)7 is een patiëntgerapporteerde vragenlijst die de klachten en gevolgen van lymfoedeem na borstkanker in kaart brengt. De vragenlijst richt zich onder andere op lichamelijke klachten en de invloed daarvan op het dagelijks functioneren. De LSIDS-H&N v2.0 (Lymphedema Symptom Intensity and Distress Survey-Head and Neck version 2.0)8 is een vragenlijst voor Nederlandstalige patiënten met hoofd-halskanker en lymfoedeem- en/of fibroseklachten in het hoofd-halsgebied.

Conclusie

Gestandaardiseerd meten is onmisbaar voor hoogwaardige lymfoedeemzorg. Door objectieve metingen te combineren met patiëntgerapporteerde uitkomsten ontstaat een compleet beeld van de gezondheidstoestand en het functioneren van de patiënt. Dit ondersteunt niet alleen een doelgerichte en patiëntgerichte behandeling, maar draagt ook bij aan uniforme zorg, kwaliteitsverbetering en wetenschappelijke onderbouwing van het vakgebied. De verdere ontwikkeling van een voor de huidtherapie praktisch toepasbare core set voor lymfoedeem, en toekomstige opname daarvan in de zorgmodule lymfoedeem vormt een belangrijke basis voor gestandaardiseerde uitkomstmetingen en kwaliteitsverbetering binnen de lymfoedeemzorg.

Referenties

  1. Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten. Concept NVH-richtlijn Dossiervoering: richtlijn voor de huidtherapeutische praktijk. 2026
  2. Bijl J, Arends CR, Haanstra TM (Geaccepteerd voor publicatie). Prioritising lower extremity lymphoedema outcomes: a focus group study among dermal therapists in the Netherlands. J. Lymphoedema.
  3. Executive Committee of the International Society of Lymphology. The diagnosis and treatment of peripheral lymphedema: 2023 Consensus Document of the International Society of Lymphology. Lymphology. 2023;56(4):133-51.
  4. Jönsson C, Johansson K, Bjurberg M, Brogårdh C. Circumferential Measurements to Calculate Lower Limb Volume in Persons with Lymphedema: What Segment Length Is to Be Recommended? Lymphat Res Biol. 2023;21(3):275–82. doi:10.1089/lrb.2022.0032.
  5. Houwen F, Stemkens J, de Schipper PJ, van der Wouw P, Heitink M, van Langen H. Estimates for Assessment of Lymphedema: Reliability and Validity of Extremity Measurements. Lymphat Res Biol. 2022;20(1):48–52. doi:10.1089/lrb.2019.0082.
  6. Mayrovitz HN. Tissue Dielectric Constant of the Lower Leg as an Index of Skin Water: Temporal Variations. Cureus. 2022;14(7):e26506. doi:10.7759/cureus.26506.
  7. Verbelen H, De Vrieze T, Van Soom T, Meirte J, Van Goethem M, Hufkens G, et al. Development and clinimetric properties of the Dutch Breast Edema Questionnaire (BrEQ-Dutch version) to diagnose the presence of breast edema in breast cancer patients. Qual Life Res. 2020;29(2):569–578. doi:10.1007/s11136-019-02337-z.
  8. Van Aperen K, Nuyts S, Devoogdt N, Troosters T, De Vrieze T, Gürsen C, De Groef A. Cross-cultural adaptation, validity and reliability of the Dutch version of the Lymphedema Symptom Intensity and Distress Survey-Head and Neck version 2.0 (LSIDS-H&N v2.0) in head and neck cancer patients. Disabil Rehabil. 2025;1–16. doi:10.1080/09638288.2025.2554945.
Advertentie
Laden...