Wanneer een zorgmodule wordt gepubliceerd, begint eigenlijk pas het ‘echte’ werk: het implementeren en het toepassen in de praktijk. Als huidtherapeut begint dat met het lezen van de zorgmodule en beoordelen van wat dit betekent voor jouw dagelijks handelen. Hoe ga jij de in de zorgmodule beschreven zorg toepassen in de praktijk? Waar zie je kansen en mogelijkheden, maar ook waar heb je hulp nodig? Anouk van der Zande, huidtherapeut en eigenaar van Huidzorg Vijfheerenlanden, en Patricia Stienstra, huidtherapeut en eigenaar van Stienstra huid- en oedeemtherapie, lazen de Zorgmodule Chronisch Oedeem en delen hun eerste indrukken, kansen en aandachtspunten voor de implementatie.
Positieve eerste indruk
Patricia en Anouk zijn beiden positief over de Zorgmodule Chronisch Oedeem. Volgens hen biedt de module een duidelijke en praktische leidraad voor de behandeling van patiënten met chronisch oedeem. Patricia waardeert vooral de aansluiting bij actuele ontwikkelingen in de oedeemzorg en de heldere rol van de huidtherapeut daarbij. Anouk benadrukt dat de zorgmodule aandacht heeft voor passende zorg, samenwerking tussen zorgprofessionals en een patiëntgerichte benadering. Beiden zijn van mening dat de zorgmodule kan bijdragen aan meer uniforme oedeemzorg. Daarnaast zien zij de ontwikkeling van de zorgmodule als een belangrijke stap in de verdere professionalisering van het vakgebied.
Volgens beide huidtherapeuten kan de zorgmodule bovendien bijdragen aan kwalitatief hoogwaardige zorg. Door duidelijke aanbevelingen ontstaat meer eenduidigheid in de behandeling van patiënten met chronisch oedeem. Zij hopen dat de zorgmodule niet alleen binnen de huidtherapie, maar ook bij andere betrokken zorgverleners leidt tot meer uniformiteit, omdat er momenteel nog veel praktijkvariatie bestaat.
De rol van de huidtherapeut
Hoewel veel onderdelen van de zorgmodule herkenbaar zijn, zien zowel Anouk als Patricia ook accenten die vragen om een andere manier van werken. Voor Anouk ligt die verandering vooral in de nog sterkere focus op zelfmanagement, gezamenlijke besluitvorming en het structureel meenemen van de persoonlijke doelen van de patiënt gedurende het behandeltraject. Dat ziet zij onder meer terug in het sneller inzetten van diverse hulpmiddelen en het eerder bijstellen van de behandeling wanneer de situatie daarom vraagt. Daarnaast ziet zij meerwaarde in het gebruik van vragenlijsten om behandelingen systematisch te evalueren. “Ik ben als huidtherapeut redelijk snel geneigd om hands-on te reageren en meteen aan de slag te gaan”, vertelt zij.
Ook Patricia herkent deze ontwikkeling. Zij werd opgeleid in een periode waarin manuele lymfedrainage een vast onderdeel was van de behandeling, maar ze ziet dat de focus de afgelopen jaren steeds meer is verschoven naar zelfmanagement en coaching. “Hoewel dit gegeven niet nieuw is, vind ik het soms lastig om niet meer automatisch naar manuele technieken te grijpen, maar bewuster af te wegen wat de patiënt op dat moment nodig heeft”, zegt ze. Volgens Patricia vraagt deze nieuwe rol tijd en oefening om volledig te integreren in de dagelijkse praktijk. Daarnaast noemt zij het gebruik van andere vragenlijsten een waardevolle aanvulling. “Het zou mooi zijn als die de patiënt op weg helpen om zijn of haar lymfoedeem in kaart te brengen en te kijken welke stappen nodig zijn om het behandeldoel te kunnen behalen.” Ze hoopt dat de patiënt hierdoor meer betrokkenheid voelt en gemotiveerder zelf aan de slag gaat. Daarnaast bieden de vragenlijsten volgens haar handvatten om de coachende rol vorm te geven.
Kansen voor patiënt en professional
Beide huidtherapeuten zien kansen in de verdere ontwikkeling van zelfmanagement en de veranderende rol van de huidtherapeut. Patricia beschouwt de zorgmodule als een belangrijke eerste stap. “Deze zorgmodule is een eerste stap in de goede richting wat betreft het vergroten van de zelfredzaamheid van de patiënt en de coachende rol van de huidtherapeut”, vertelt zij. Tegelijkertijd plaatst zij een kanttekening: zelfmanagement is niet voor iedere patiënt haalbaar. Volgens haar is het belangrijk om oog te houden voor patiënten die hierbij extra ondersteuning nodig hebben.
Anouk ziet vooral kansen in de samenwerking tussen verschillende disciplines en in de duidelijke positionering van de huidtherapeut binnen de chronische oedeemzorg. Daarnaast spreekt de sterkere focus op preventie, zelfmanagement en patiënteneducatie haar aan. “Door patiënten actief te betrekken bij beslissingen over hun behandeling en hen te ondersteunen in het nemen van regie over hun eigen gezondheid, worden zij gestimuleerd om een actieve rol te spelen in de omgang met hun chronisch oedeem. Zo laat ik bijvoorbeeld patiënten meebeslissen over welke (aanvullende) compressiemiddelen we toepassen.” Volgens Anouk ontstaat hierdoor een gelijkwaardige samenwerking tussen patiënt en zorgverlener, waarbij de behandeling beter aansluit bij de persoonlijke situatie en doelen van de patiënt.
Een sterkere positie binnen de oedeemzorg
Doordat de zorgmodule duidelijk de rol en expertise van de huidtherapeut binnen de behandeling van chronisch oedeem beschrijft, verwachten Anouk en Patricia dat de rol en zichtbaarheid van de huidtherapeut bij zowel patiënten als andere zorgverleners helderder wordt. “Dit kan bijdragen aan een betere samenwerking, een tijdigere verwijzing en meer erkenning van de specifieke kennis, complete behandelingsmogelijkheden en vaardigheden van de huidtherapeut binnen de chronische oedeemzorg”, aldus Anouk.
Implementatie
Patricia verwacht dat het nog enige tijd zal duren voordat de zorgmodule volledig is ingebed in de praktijk. “Dit geldt niet alleen voor huidtherapeuten, maar ook voor andere betrokken partijen.”
Ondersteuning bij de implementatie van de zorgmodule is voor hen beiden dan ook welkom. Ondanks dat Patricia al veel onderdelen van de zorgmodule toepast in de praktijk, zou een scholing over deze onderdelen welkom zijn. Ook zou zij graag meer training krijgen in haar rol als coach. “Het is niet altijd makkelijk om patiënten te motiveren om hun leefstijl aan te passen of meer zelf de regie te nemen over hun behandeling”, vertelt zij.
Anouk geeft aan dat veel onderdelen van de zorgmodule al een vaste plek hebben in haar dagelijkse praktijk. Zo ondersteunt zij patiënten bij het omgaan met hun oedeem, geeft zij leefstijl-, beweeg- en huidverzorgingsadviezen en werkt zij waar nodig samen met andere zorgverleners, zoals huisartsen, fysiotherapeuten en diëtisten. Wel ziet zij meerwaarde in praktische hulpmiddelen, zoals een duidelijk stappenplan, meetinstrumenten en begrijpelijke patiënteninformatie. Deze kunnen helpen om de aanbevelingen uit de zorgmodule op een uniforme manier toe te passen en de kwaliteit van zorg verder te verbeteren.