Ga naar de inhoud

Interprofessioneel samenwerken

Huidtherapeuten worden in toenemende mate geconfronteerd met patiënten met complexe functionerings- en/of participatieproblemen. De gezondheidsbeleving, het welzijn en het welbevinden van de patiënt komen hierdoor onder druk te staan, soms in zeer ernstige mate. Bij deze complexiteit van zorg- en ondersteuningsvragen volstaat een monodisciplinaire aanpak vaak niet meer, maar is een interprofessionele aanpak nodig.1 Om meer te weten over de verschillende vormen van samenwerken verwijzen we graag naar het flowchartboekje.

Waar multidisciplinair samenwerken gericht is op het uitwisselen van informatie met medebehandelaars, is er bij interprofessioneel samenwerken echt sprake van samenwerkend behandelen. Bij interprofessioneel samenwerken werken meerdere professionals vanuit een integraal handelingsplan dat is opgesteld samen met de patiënt en/of diens naasten.2 Zo werken huidtherapeuten steeds vaker samen met andere professionals, zoals dermatologen, diëtisten en huisartsen, in afstemming met patiënten en hun naasten. Dat het hier niet alleen gaat om samenwerking binnen de eerstelijnszorg maar dat ook het sociaal domein betrokken kan zijn, wordt duidelijk in het voorbeeld van casus Pieter.

Lijnoverstijgende samenwerking

Huidtherapeuten zullen ook steeds vaker betrokken worden bij lijnoverstijgende interprofessionele samenwerking. Samenwerking waarbij professionals uit ziekenhuis of zorginstelling samen met de professionals in de eerstelijnzorg, de patiënt en diens naasten afspraken maken over het zorgplan. De ligduur in ziekenhuizen wordt steeds korter en als het maar even kan worden patiënten zo snel mogelijk terugverwezen naar de eerstelijnszorg. En dat kan, maar het levert soms voor patiënten veel onzekerheden op. Angst voor complicaties, medicatie-onduidelijkheid of ongemak bij het bestellen van herhaalrecepten en overbelasting van de mantelzorger zijn een paar voorbeelden van deze onzekerheid. Om tot een goede overdracht te komen kan een interprofessioneel overleg met medici, paramedici en andere zorgverleners binnen de eerste- en tweedelijnszorg helpen.

Dit wordt mooi geïllustreerd door het voorbeeld van Myrna. En dan hoor ik jullie denken: “maar ik kan toch niet voor iedere patiënt een overleg inplannen met alle zorgprofessionals om tot een plan te komen.” Dat klopt. De kracht van regionaal samenwerkende netwerken ligt er juist in dat men vanuit een gezamenlijk opgesteld integraalplan werkt, dat men personaliseert naar de behoefte van de patiënt en diens naasten. Het is de gewoonte om deze generieke integrale handelingsplannen op basis van de opgedane ervaringen één- of tweejaarlijks bij te stellen.

Binnen het integrale handelingsplan wordt vaak een professional aangewezen als vast aanspreekpunt. Waar dat voorheen met name de huisartsen waren, zien we langzamerhand een verschuiving naar verpleegkundigen (oncologie), logopedisten (bij afasie of Niet Aangeboren Hersenletsel) of sociaal werkers (dementie) ontstaan.

Huidtherapeuten zouden bij complexe huidproblematiek die niet vraagt om een dermatoloog als vast aanspreekpunt heel goed de rol van vast aanspreekpunt binnen het interprofessionele zorgnetwerk van de patiënt kunnen invullen. Patiënten zouden erg geholpen zijn met de expertise van de huidtherapeut.

Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten
Casus Myrna

Samenwerken in de regio

Regionale samenwerking in zorgnetwerken is een belangrijke basis om de zorg voor iedereen toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief goed te houden. De zorg kan slimmer georganiseerd worden en participatieproblemen verminderd, of zelfs voorkomen worden.3 Samenwerking tussen zorgverleners uit verschillende sectoren en domeinen is geen doel op zich, maar een middel om ervoor te zorgen dat patiënten en inwoners de zorg en ondersteuning als passend, in samenhang en dicht bij huis ervaren.2

Om de samenwerking in de eerstelijnszorg te versterken zijn per 1 januari 2018 vier nieuwe betaaltitels ontwikkeld: praktijkmanagement, wijkmanagement, regiomanagement en ketenzorg, die vanaf 2018 de nodige financiële ruimte bieden.3 De ketenzorg wordt vergoed vanuit de basisverzekering. De zorgverzekeraar betaalt de kosten van de behandeling aan de zorggroep of het gezondheidscentrum. Alle professionals die betrokken zijn bij de behandeling binnen de ketenzorg rond een ziektebeeld worden meegenomen in de verdeling van de gelden binnen de ketenzorg. Tot op heden is dit beperkt gebleven tot een kleine groep ziektebeelden, zoals COPD. De komende jaren zullen meer en meer van deze ketenzorgtrajecten worden ontwikkeld. Dit zal met name gebeuren binnen regionale samenwerkingsverbanden.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) stimuleert regionale samenwerking door passende bekostiging te ontwikkelen die ruimte biedt voor samenwerking en toegankelijke, betaalbare zorg.4 Regionale samenwerking is cruciaal binnen de beweging naar passende zorg, omdat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de bekostiging zo inricht dat er ruimte ontstaat voor domeinoverstijgend samenwerken en het lokaal organiseren van de juiste zorg.4 Het onderzoeksprogramma Passende Zorg geeft voor huidtherapeuten reële kansen tot rechtvaardige vergoeding van de door hen geleverde huidzorg middels substitutie van zorg. Substitutie in de zorg betekent het verplaatsen van zorg naar een passende plek die dichter bij de patiënt staat, meestal van dure ziekenhuiszorg (tweede lijn) naar de huidtherapeut (eerste lijn). De in oprichting zijnde regionale werkplaatsen paramedie kunnen de effectiviteit en efficiëntie van deze substitutie middels onderzoek wetenschappelijk onderbouwen.

In 2030 moet in elke regio een eerstelijnssamenwerkingsverband actief zijn. Het doel is dat het eerstelijnssamenwerkingsverband met mandaat en draagvlak vanuit de respectievelijke achterban kan optreden en door professionals gezien wordt als hun vertegenwoordiger.3 Via het verband worden duurzame afspraken gemaakt met verzekeraars, gemeenten en andere zorgdomeinen over de organisatie, infrastructuur en activiteiten die nodig zijn om de eerstelijnszorg duurzaam toegankelijk te houden en te versterken.2

Er bestaan regionale monodisciplinaire netwerken gericht op de kennisverbreding en de kennisverdieping van huidtherapeuten. Daarnaast bestaan er regionale paramedische netwerken, soms ook platforms genoemd. De regionale paramedische platforms richten zich op de interdisciplinaire samenwerking tussen professionals rond specifieke zorgvragen of ziektebeelden. Kijk eens op de website van HuidNet-netwerken naar alle mooie dingen die ze binnen deze netwerken doen. Of kijk eens naar de oncozorgnetwerken waarbinnen ook meerdere huidtherapeuten actief zijn.

Nog niet alle regionale paramedische platforms hebben een vertegenwoordiging van huidtherapeuten. Daarom rijst de vraag: Hoe kom je aan tafel bij deze regionale samenwerkingen? Een mooi voorbeeld vinden we in Limburg.

Academische Werkplaatsen Paramedie

Naast de regionale samenwerking wordt er ook landelijk paramedisch samengewerkt. Deze landelijke samenwerking is van groot belang om de toegevoegde waarde van de Nederlandse huidzorg wetenschappelijk te onderbouwen in relatie tot de andere (para)medische en verpleegkundige professionals.

Het PAR-EL-consortium is een landelijk collectief van lectoren, hoogleraren, beroepsverenigingen en praktijkpartners waar ook de NVH lid van is. Het doel van het PARamedische Eerste Lijns (PAR-EL) consortium is het verbeteren van de maatschappelijke participatie van mensen met een of meerdere chronische aandoeningen. Via gezamenlijke kennisontwikkeling, infrastructuur en positionering in beleid en onderzoek wil PAR-EL vanuit een gezamenlijke strategie de interprofessionele paramedische zorg structureel versterken. Dit gebeurt onder andere door toe te werken naar een landelijke infrastructuur van vijf à zes academische paramedische werkplaatsen. Deze werkplaatsen zullen regionaal worden ingericht, thematisch complementair zijn en zorg, onderzoek en onderwijs integreren, met actieve betrokkenheid van patiënten en praktijkpartners. Huidtherapeuten zullen binnen deze academische werkplaatsen actief kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de huidtherapie in Nederland.

Referenties

  1. Van Zaalen, Y., Deckers, S. R. J. M., & Schuman, J. (2023). Interprofessioneel samenwerken in zorg, welzijn en onderwijs. Uitgeverij Coutinho.
  2. Visie eerstelijnszorg 2030 | Rijksoverheid.nl
  3. Rapportage-betaaltitels-OI.pdf
  4. Regionale samenwerking | Nederlandse Zorgautoriteit
  5. Huidnet Zuid-Limburg
Advertentie
Laden...